Behandelaanbod

Behandelaanbod 2018-06-30T19:13:57+00:00

Angst maakt dat we goed kunnen reageren op gevaar en is daarmee functioneel. Bij bovenmatige angst is er ook sprake van angst als er geen echt gevaar is. We spreken van een angststoornis als deze bovenmatige angst zo sterk is geworden dat zij leidt tot beperkingen in het dagelijkse functioneren. Er zijn verschillende soorten angststoornissen zoals bijvoorbeeld faalangst, paniekaanvallen, angst om een ernstige ziekte te krijgen of angst voor alledaagse dingen. Om welke angst het ook gaat, over het algemeen geldt dat een angststoornis goed te behandelen is. De meest gangbare methode om angst- en paniekklachten te behandelen is cognitieve gedragstherapie, maar er zijn meer wegen die naar Rome leiden. Zeker als er al meerdere behandelingen geprobeerd zijn kan het effectief zijn om de functie van de angstklachten onder de loep te nemen: soms is angst een manier geworden om met moeilijke of confronterende zaken om te gaan. In die gevallen richt de behandeling zich vooral op het aanleren van nieuwe manieren om hier mee om te gaan. In enkele gevallen is het nodig de behandeling te ondersteunen met medicatie. Dit gebeurt altijd in overleg met de huisarts.

De belangrijkste kenmerken van depressie zijn somberheid en/of lusteloosheid die langer dan twee weken aanhouden. Daarnaast kunnen een aantal andere klachten aanwezig zijn, zoals slaapproblemen, verminderde concentratie, piekeren, gedachtes over de dood, gevoelens van waardeloosheid en schuld. In de behandeling staat fysiek en emotioneel weer in beweging komen centraal. In dit stadium wordt vooral gewerkt met interventies uit de cognitieve gedragstherapie. Als de klachten voldoende onder controle zijn wordt vervolgens m.b.v. uiteenlopende interventies gekeken naar de oorsprong en functie van de klachten. Daar waar nodig worden oude zaken alsnog “opgeruimd” (verwerken) en “bijgetrokken” (nieuwe vaardigheden aanleren om met lastige en/of pijnlijke situaties om te gaan). Dit alles met het doel terugval in klachten te voorkomen. In enkele gevallen is het nodig de behandeling te ondersteunen met medicatie. Dit gebeurt altijd in overleg met de huisarts.

Bij hyperventilatie wordt vaak gedacht aan de acute vorm waarbij iemand met spoed naar de 1e hulp wordt gebracht om aldaar te horen te krijgen “dat het tussen de oren zit”. Chronisch hyperventileren komt echter veel vaker voor: het is dan een gewoonte geworden om altijd net te hoog en te gespannen te ademen. De behandeling van deze klachten is altijd een twee-sporen beleid: enerzijds het aanleren van een ontspannen ademhaling en anderzijds het verwerven van inzicht in de achtergronden van deze chronische gespannenheid. Niet zelden blijkt deze chronische gespannenheid samen te gaan met een overmatig verantwoordelijkheidsgevoel, moeite met nee-zeggen en de neiging het belang van de ander voorrang te geven boven het eigen belang. Ook hier geldt dat de behandeling zich allereerst richt op klachtenvermindering. Om terugval te voorkomen wordt vervolgens gewerkt aan de onbalans in onderliggende gedrags- en denkpatronen.

Wat in het begin aantrekkelijk leek, blijkt in een later stadium vaak de grootste bron van ergernis, verdriet en soms wanhoop: het verschil tussen de beide partners. Waar het in film eindigt als twee mensen hand in hand het doek aflopen, begint een relatie in de realiteit pas als de eerste verliefdheid over is. Hoe houd je het samen leuk als de verschillen soms groot blijken te zijn, kinderen, werk of andere zaken alle energie opslokken en de ander toch niet gedachten blijkt te kunnen (of willen…) lezen? De gevoelens bij paren die problemen hebben zijn intens en gecompliceerd. In de behandeling van relatieproblematiek staat vergroting van kennis en relationele vaardigheden centraal. De insteek is “wat kan IK doen om in mijn relatie meer te krijgen wat ik wil en nodig heb?” Over de ander hebben we immers geen macht of zeggenschap, maar over onszelf des te meer. Er zijn vele manieren om relatieproblematiek te behandelen. Bij de behandeling van relatieproblemen werk ik vanuit twee verschillende methodieken:

Emotionally Focused Therapy (EFT) is gericht op een diepgaande verandering, waarbij de nadruk ligt op herstel van wederzijdse gevoelens van verbondenheid en veiligheid. Het doel van EFT is het opnieuw creëren van vertrouwen en een hechte en veilige emotionele band. Als het lukt om elkaars emotionele behoeften te erkennen, zijn praktische tegenstellingen veel gemakkelijker en (vooral) blijvend op te lossen. Een EFT behandeling is geschikt voor mensen die bereid zijn naar zichzelf, hun partner en de onderlinge interactie te kijken en daar op te reflecteren. Uitgangspunt voor deze behandeling is dat u, ondanks de grote problemen die u ervaart, voelt dat de basis in de relatie er nog is, maar dat de verbinding tussen u en uw partner te wensen over laat. Voor een EFT behandeling is het nodig dat u beiden de wil heeft om te investeren in verandering.

Oplossingsgerichte therapie is een elegante en snelle methodiek. De focus van de behandeling ligt op het creëren van kleine veranderingen met groot effect. Voor de behandeling is het niet altijd nodig dat beide partners komen: soms is het sneller en effectiever als één van beiden komt. Het motto hierbij is: andere input levert andere output.

Ouderbegeleiding

Spanningen en problemen binnen het gezin kunnen aanzienlijk verminderen door een betere samenwerking van de ouders (of opvoeders). Of er nu wel of niet iets met het kind (of de kinderen) aan de hand is: alle kinderen varen wel bij een rustig, warm en ontspannen thuisklimaat. Om dit klimaat te creëren is het nodig dat de ouders gezamenlijk een helder opvoedingsbeleid hebben vastgesteld en in de uitvoering hiervan elkaar voldoende ruimte en steun kunnen geven. De behandeling van gezinsproblematiek richt zich primair op de ouders en herstel van de hiërarchie binnen het gezin. Alleen in uitzonderlijke gevallen worden jonge(re) kinderen ook voor één of meerdere gesprekken (mee) uitgenodigd.

Ouder(s)-kind contact

Als de kinderen in de pubertijd & adolescentie komen kan het contact tussen het kind en (één van) de ouders soms vastlopen, met alle frustratie, pijn en ontregeling in het gezin van dien. Ook hier richt de behandeling zich bij voorkeur op de ouder(s) (met de focus op wat te doen om het contact te verbeteren/herstellen), maar kan het kind als gewenst zeker meekomen.

In beide gevallen wordt er m.n. gewerkt met interventies en inzichten uit de systeemtherapie met een voorkeur voor de oplossingsgerichte invalshoek.

Bij langdurige blootstelling aan stressfactoren tijdens werk of studie ontstaat soms lichamelijke of geestelijke vermoeidheid. Deze vermoeidheid kan samengaan met uiteenlopende spanningsklachten zoals prikkelbaarheid, slaapproblemen of diverse pijnklachten. Afhankelijk van de duur en de ernst van de klachten is er sprake van overspannenheid of burn-out. In de ontwikkeling van deze klachten spelen persoonlijke factoren vaak een rol, zoals perfectionisme, moeilijk grenzen kunnen stellen of een sterk plichtsbesef. De behandeling richt zich allereerst op klachtenvermindering, veelal m.b.v. interventies uit de cognitieve gedragstherapie. Als de klachten voldoende onder controle zijn worden de onderliggende gedrags- en denkpatronen onder de loep genomen. Doel is de balans tussen draagkracht en draaglast te herstellen en terugval te voorkomen.

Veel lijden kan ontstaan door lichamelijk klachten waar in medisch opzicht geen verklaring voor gevonden kan worden. Na uitgebreid medisch onderzoek is men dan “uitbehandeld” maar zeker niet klachtenvrij. In de behandeling staat de invloed van emoties, gedrag en gedachtes op de pijnbeleving centraal. Door anders met de pijn om te gaan wordt de pijn vaak minder of draaglijker en in sommige gevallen verdwijnt de pijn volledig. Doel van de behandeling is aanzienlijke verbetering van kwaliteit van leven nadat het oordeel “u zult er mee moeten leren leven” is geveld. In de behandeling zal veelal gewerkt worden met interventies en inzichten uit de cognitieve gedragstherapie en de oplossingsgerichte therapie.

Als er een sterke, moeilijk te bedwingen neiging is om bepaalde handelingen steeds opnieuw uit te voeren, spreken we van dwanghandelingen. Voorbeelden hiervan zijn schoonmaakrituelen, tellen of veelvuldig controleren. Als er sprake is van terugkerende, opdringende gedachtes die een duidelijke angst veroorzaken, spreken we van dwanggedachten. Voorbeelden van de laatste zijn angst voor besmetting, ongelukken of rampen. Deze dwanghandelingen en/of dwanggedachten kunnen het dagelijks leven behoorlijk in beslag nemen. Met behulp van o.a. interventies uit de cognitieve gedragstherapie kunnen deze patronen doorbroken worden. Doel van de behandeling is weer vrij te worden om te kiezen in denken en doen.

Er is sprake van een trauma als iemand getuige of slachtoffer is van een levensbedreigende of bijzonder schokkende gebeurtenis. Soms kan dit aanleiding zijn voor het ontstaan van een posttraumatische stress stoornis (PTSS). Kenmerken zijn o.a. last hebben van herbelevingen (bijv. nachtmerries), moeite hebben om over het trauma te vertellen of er aan te denken en/of verhoogde waakzaamheid, wat zich kan uiten in bijv. slecht slapen, prikkelbaarheid, concentratieproblemen of heftige schrikreacties. De behandeling is gericht op het dempen en als mogelijk stoppen van deze gevolgen van het trauma. De behandelmethode is EMDR.

In elke fase in het leven dienen zich nieuwe uitdagingen aan, alsmede de noodzaak afscheid te nemen van aspecten van de voorgaande fase. Voorbeelden van dergelijke fase-overgangen zijn voor het eerst zelfstandig wonen, samenwonen/huwelijk, een gezin stichten, pensionering, verlies van vitaliteit bij ouderdom. Soms is er sprake van stagnatie en lukt het niet om de overgang naar een volgende fase te maken. De behandeling richt zich in die gevallen op vergroting van inzicht: waar loopt het precies vast en wat moet er gebeuren om het natuurlijk verloop weer voortgang te kunnen laten vinden? In de behandeling wordt gewerkt met interventies en inzichten vanuit diverse therapeutische scholen (zie therapeutische gereedschapskist). Kernbegrippen zijn verwerken, psycho-educatie en aanvaarding.

Vroeg of laat krijgen we allemaal te maken met ernstige ziekte of verlies van een naaste. Wat dan volgt is een rouwreactie: een reactie die vaak dezelfde kenmerken heeft als een depressie (somberheid, gecombineerd met bijv. slapeloosheid, verminderde eetlust of concentratieproblemen). Deze reactie is normaal en kan zeker een jaar duren. Wanneer de symptomen echter over een langere periode op indringende en verstorende wijze aanhouden, lijkt de verwerking ergens vast te lopen. Niet verwerkte gevoelens blijven dan op de meest ongewenste momenten de kop opsteken en het lukt niet om ze effectief “weg te drukken”. De behandeling richt zich in dat geval op het opsporen van de oorzaken van dit vastlopen. Leidende vraag bij de behandeling is: wat is er nodig om weer (goed genoeg) verder te kunnen met het leven. Hierbij wordt gewerkt met interventies en inzichten uit verschillende therapeutische scholen (zie therapeutische gereedschapskist).

Een laag zelfbeeld kan de dagelijkse ervaringen fors negatief kleuren en daarmee een startpunt zijn voor een heel scala aan klachten (zoals depressie, angststoornis, overspannenheid). De behandeling richt zich op het in kaart brengen van de ontstaansgeschiedenis van dit negatieve zelfbeeld: waar heeft iemand geleerd zichzelf als negatief en minderwaardig te beschouwen? Vaak zijn de eerste bouwstenen van een laag zelfbeeld gelegd in de kindertijd. Soms was dit thuis, in het gezin van herkomst, maar niet zelden ook op school, als er bijvoorbeeld sprake was van pesten. Nadat dit startpunt helder in beeld is gekomen, is de volgende stap het rechttrekken van het zelfbeeld naar reële proporties. Hiertoe wordt gebruik gemaakt van uiteenlopende interventies en inzichten uit diverse therapeutische scholen (zie therapeutische gereedschapskist).

Met erg veel plezier geef ik de kennis en ervaring die ik in de loop der jaren heb opgebouwd door aan collega-hulpverleners. In de supervisie staan de volgende thema’s centraal:

  • snel en efficiënt werken
  • omgaan met weerstand
  • werken met overdracht en tegenoverdracht

Op individueel niveau wordt er in de supervisie gewerkt met door de supervisant ingebrachte casuïstiek. Hierbij is er uiteraard ook ruimte voor andere thema’s en onderwerpen: de behoefte van de supervisant staat centraal.

Naast individuele supervisie geef ik ook korte trainingen aan (behandel)teams. Deze trainingen beslaan meestal één dagdeel en zijn op maat gemaakt. Centrale thema is hierbij verbetering van het therapeutisch contact teneinde sneller en efficiënter te kunnen werken.

ALGEMENE INFORMATIE

Kenmerk van psychologische zorg in de Basis GGZ is een concrete en praktische aanpak van psychische problemen. Niet dieper graven dan nodig en een focus op het “hier-en-nu”: wat is de eerste stap die nodig is om mij NU beter te voelen?

De Basis GGZ psycholoog werkt op dezelfde “lijn” als de huisarts, samen vormen zij dan ook de eerstelijns zorg.

DE WERKWIJZE VAN DE BASIS GGZ.

  • Laagdrempeligheid – streven naar goede bereikbaarheid en snelle hulp

  • Generalistisch werken – hulp bij een breed scala aan klachten

  • Kortdurend – Geen overbodig lange trajecten

Meer informatie kunt u vinden op de site van de Landelijke Vereniging voor Vrijgevestigde Psychologen en Psychotherapeuten: www.lvvp.nl

*Na het versturen van uw aanvraag wordt er contact met u opgenomen.

Aanvraagformulier